Steinkühlerweg: passiefbouw op grotere schaal én een stopcontact op de juiste plek
Na de locatie Kleyerweg bezocht de IPOHV‑delegatie een tweede, nog grotere passief gebouwde kinderopvang in Dortmund: de nieuwe FABIDO‑kita aan de Steinkühlerweg. Dit is opnieuw een prefab houten Passivhaus, maar dan op een flink grotere schaal: circa 1.608 m² gebruiksoppervlak, ontworpen voor ongeveer 200 kinderen en medewerkers. Ook hier horen zonnepanelen, een groen dak en groene gevels bij de basisuitrusting, net als een extreem lage warmtevraag van 8,8 kWh per m² per jaar.
Waar Kleyerweg vooral indruk maakte als compacte, stille “houten doos”, laat Steinkühlerweg zien hoe dezelfde ontwerpambitie werkt in een groter, tweelaags gebouw met acht groepsruimten en veel meer gebruikersdynamiek.
Ventilatie en een andere kijk op normen
In een van de technische uitlegmomenten wordt helder waarom deze kinderopvang met relatief weinig lucht per persoon toe kan. Het ventilatiesysteem is ontworpen op een luchtdebiet van 3.000 m³ per uur voor ongeveer 200 mensen dus 15 m³ per uur per persoon, aanzienlijk lager dan veel Nederlandse normen. De reden is dat het gebouw “very low emission” is volgens EN 16798‑3: materialen, afwerking en meubels zijn zo gekozen dat TVOC (Totaal Vluchtige Organische Stoffen)- en methanalwaarden minimaal zijn, en dat wordt ook daadwerkelijk gemeten.
De Duitse adviseur legt uit dat de sturing in de winter niet begint bij CO₂, maar bij luchtvochtigheid en emissies: als er te veel geventileerd wordt, zakt de relatieve vochtigheid vooral in de winter snel onder de 30 procent en dan is het niet meer aangenaam. Door nauwkeurig door te rekenen hoeveel ventilatie nodig is om vocht en andere verontreinigingen af te voeren zonder dat de lucht te droog wordt, kon de luchttoevoer worden verlaagd naar 15 m³ per uur per persoon, terwijl het binnenklimaat volgens hen gezond blijft.
CO₂ wordt wel gemonitord, maar vooral als additionele controle, niet als primaire stuurvariabele.
Aan Nederlandse kant roept dat vragen op. Een van de deelnemers zegt het heel direct: “Ik vond het ventilatiesysteem niet toepasbaar voor onze situatie. Zowel de luchthoeveelheden als ook het toestaan dat je gewoon lucht van één ruimte naar de andere kunt overstromen.” In deze situatie wordt verse buitenlucht ingeblazen in een kleine verblijfsruimte. Via een overstroomrooster stroomt de lucht vervolgens door naar de aangrenzende groepsruimte, waarna zij via een tweede overstroomrooster naar de natte ruimten wordt afgevoerd.
In Nederland wordt ventilatielucht in nieuwbouw voor onderwijs en kinderopvang echter doorgaans niet via andere verblijfsruimten geleid. Hier vormt dat juist de kern van het concept met overdruk, doorvoerroosters en afzuiging via natte ruimten.
Hout, details en een kinderdagverblijf op de eerste verdieping
Ook in Steinkühlerweg valt de liefde voor hout op. De constructie is grotendeels prefab hout, met houten plafonds en wanden, en opnieuw kozijnen met hout aan de binnenzijde en aluminium buiten. Iemand uit de delegatie merkt op hoe mooi de bird protection in het glas is opgelost: geen stickers, maar een doorlopend patroon dat met de houtlijnen meeloopt. Een van de Duitse begeleiders vindt zelf juist de dot‑folie mooier, wat meteen laat zien dat esthetiek hier geen bijzaak is, maar onderwerp van discussie.
Binnen ontstaat een gesprek over iets wat in Nederland vrijwel niet voorkomt: een kinderdagverblijf op de eerste verdieping. Kleine kinderen, tot en met zes jaar, zitten hier deels boven, met een goed beveiligd balkon, een “educatiebalkon” dat als buitenruimte kan fungeren. In de groep volgt een levendige uitwisseling: in Nederland worden jonge kinderen bijna automatisch op de begane grond gepland, terwijl hier de vraag wordt teruggespeeld: waarom eigenlijk niet boven, als je de buitenruimte goed beveiligt en de logistiek doordenkt? Het bezoek laat zien dat sommige taboes die in Nederland bijna vanzelfsprekend zijn geworden, elders simpelweg worden losgelaten.
Een dak vol sedum, zonnepanelen en vragen over regels
Op het dak laat Steinkühlerweg een ander sterk beeld zien: een sedumdak met forse waterretentie en zo veel mogelijk zonnepanelen, tot nét onder de 100 kWp. De Duitse begeleiders leggen uit dat het dak 70 liter water per m² kan bufferen, een forse waarde die in Dortmundse richtlijnen is vastgelegd om het riool en de omgeving te ontlasten. Dat vraagt om een iets zwaardere dakconstructie, maar wordt hier als vanzelfsprekend deel van het ontwerp gezien.
Ook de 99,5 kWp aan zonnepanelen is geen toeval: bij 100 kWp gelden andere regels en vervalt een deel van de vergoeding. Daarom blijft de stad net onder de grens en zoekt zij in andere projecten weer nieuwe PV‑ruimte. Nederlandse deelnemers herkennen het spanningsveld: “Vroeger was de truc: vul het hele dak, dan ben je klaar. Met veranderende salderingsregels en hogere netkosten is het niet meer automatisch slim om alleen maar te maximaliseren.”
Het stopcontact dat alles zegt
Tussen alle techniek door blijft toch één klein detail hangen: de stopcontacten die hoog in de ruimte zijn geplaatst. In een van de groepen wijst een medewerker naar het stopcontact bovenin de wand: “Die zijn voor de kerstverlichting en andere lichtslingers. Met aparte schakelaars. Daar worden onze pedagogisch medewerkers heel blij van.”
Voor de Nederlandse bezoekers is het pijnlijk herkenbaar. “Bij ons moet de CO₂‑meter soms met kerst plaatsmaken voor de kerstboom. En daarna komt hij niet altijd terug,” zegt iemand lachend. Het hoge stopcontact lost dat in één keer op: buiten bereik van kinderen, precies op de plek waar je een slinger ophangt, en niet concurrerend met functionele aansluitingen op kindhoogte. Net als bij Kleyerweg laat dit zien hoe gebruikerswensen, ogenschijnlijk triviaal, vroeg in het ontwerp zijn meegenomen.
Wat inspirerend is , en wat niet meteen kan
Aan het eind van het bezoek worden dezelfde vragen gesteld als bij Kleyerweg: wat is hier echt inspirerend, en wat werkt niet in de Nederlandse context? De antwoorden liggen in elkaars verlengde:
Inspirerend zijn de doordachte houtbouw, de hoge materiaalkwaliteit, de integrale benadering van ventilatie, materialen met lage emissiekosten, en comfort, het groene dak met waterretentie, het royale gebruik van zonnepanelen en de manier waarop gebruikersdetails (zoals stopcontacten voor kerstverlichting) zijn ingebouwd.
Lastiger mee te nemen zijn de lage luchtdebieten, de overstromende ventilatie tussen verblijfsruimten, de andere verhoudingen in bouw- en advieskosten en de grotere investeringsruimte van de gemeente als eigenaar én exploitant op de lange termijn.
Toch is de conclusie hetzelfde als bij Kleyerweg: alleen al ter plekke zijn en alles kunnen bekijken, ruiken en bevragen is de reis meer dan waard. Steinkühlerweg laat zien hoe ver je kunt komen als je vanaf dag één denkt in samenhang tussen energie, comfort, materialen, water en gebruik. Het helpt om scherper te zien welke knoppen in onze eigen context kunnen worden omgezet, en welke eerst een systeemdiscussie vragen.