Biobased bouwen tastbaar maken: marktpartijen op het podium van leerlab 2
Hoe neem je als schoolbestuur een biobased of natuurinclusieve innovatie écht mee in je renovatieproject in plaats van alleen in de ambitie? In leerlab 2 van het Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting (IPOHV) werken vijftien renovatieprojecten aan die vraag, met het generieke Programma van Eisen van het IPOHV als basis. In elk project moet minimaal één productinnovatie worden toegepast met focus op biobased of natuurinclusief bouwen. Tijdens een eerdere sessie gaven de leerlabdeelnemers aan dat ze behoefte hadden aan een marktoriëntatie, specifiek gericht op deze productinnovaties. De marktoriëntatie moet hen namelijk helpen bij het vinden van passende innovaties én bij het goed inpassen in hun bouwproces.
Daarom kreeg de markt nu een centrale rol in de meest recente leerlabsessie. Voor deze sessie waren innovatieve marktpartijen uitgenodigd die werken aan biobased of natuurinclusieve producten in de middenfase van hun ontwikkeling (TRL 5–7). Zij presenteerden hun oplossingen, deelden eerlijk waar nog doorontwikkeling nodig is en gingen in gesprek met de leerlabdeelnemers. Zo werd duidelijk welke innovaties al in de komende uitvragen kunnen worden meegenomen. Ook werd helder hoe opdrachtgevers met hun Programma van Eisen en gunningscriteria op de juiste wijze richting geven aan de markt. Precies waar leerlab 2 voor bedoeld is.
Slank en snel vloeren bouwen – Kerto Ripa Hybrid Floor (Metsä)
Metsä trapte af met de Kerto Ripa Hybrid Floor: een constructief houten vloersysteem dat het bestaande Kerto Ripa‑systeem combineert met een dunne, zelfnivellerende toplaag. Het resultaat is een slanke vloer met minimale materiaalinzet en hoge prestaties op het gebied van trillings- en geluiddemping, brandveiligheid en comfort. De draagstructuur is biobased, de vloerelementen zijn prefab en vereisen geen complexe aansluitingen.
Voor onderwijsgebouwen is het systeem aantrekkelijk doordat de bouwtijd kort is en de vloer zich goed leent voor renovatie, bijvoorbeeld bij functiewijzigingen of extra verdiepingen. Het product heeft TRL 5 en 6 doorlopen en is constructief getest op doorbuiging, afschuiving en trillingsdemping. Om richting TRL 9 te gaan, werkt Metsä aan het vastleggen van standaarddetails en verwerkingsrichtlijnen, het opleiden van partners en applicateurs per land en verdere standaardisatie in de keten. Dat biedt kansen voor IPOHV‑projecten die samen met marktpartijen praktijkervaring willen opbouwen en documenteren.
Flexibele, demontabele binnenwanden – Faay Vlaswand
Faay presenteerde de Faay Vlaswand: een circulaire binnenwand met een kern van vlas en een toplaag van gerecycled organisch restmateriaal, ontwikkeld om CO2 in het gebouw te kunnen opslaan. De wand is prefab, volledig op maat te maken en op de bouwplaats snel te monteren en demonteren, zonder restafval. Doordat wanden niet volledig ‘vast’ zitten, kun je ruimtes later relatief eenvoudig aanpassen en blijven materialen beschikbaar voor hergebruik: het schoolgebouw wordt een tijdelijke opslag van waardevolle grondstoffen.
De innovatie bevindt zich in een middenfase van het ontwikkeltraject. Er zijn nog aandachtspunten rond brandveiligheid, geluidstesten en het testen van de losmaakbaarheid in praktijksituaties. Ook wordt een nieuw circulair contractmodel juridisch getoetst dat specifiek voor de onderwijssector is ontwikkeld. Voor scholenbouw is de Vlaswand extra interessant waar onderwijsconcepten en leerlingenaantallen veranderen: demontabel en flexibel bouwen sluit goed aan bij de behoefte aan adaptieve onderwijshuisvesting. Faay gaf mee dat het helpt als opdrachtgevers in hun uitvraag een minimumpercentage biobased materiaal opnemen én eisen stellen aan herbruikbaarheid en een gezond binnenklimaat.
Tweede schil voor bestaande gebouwen – Box‑in‑Box (Elk)
Elk presenteerde de Box‑in‑Box: een tweede schil binnen bestaande gebouwen, opgebouwd uit prefab akoestische cassettes van biobased materialen. In plaats van slopen krijgt het gebouw een nieuwe, geïsoleerde binnenkant met vloeren, plafonds en binnenwanden die de prestaties van een verouderd casco naar een hoger niveau tillen. Zo kunnen bestaande gebouwen toekomstbestendig worden gemaakt zonder zware ingrepen in de draagconstructie.
De innovatie staat op een hogere TRL: er zijn pilots en prototypes gerealiseerd in portiekflats en bewoners zijn tevreden over comfort en geluid. Voor onderwijsgebouwen is de stap nog niet gezet, maar technisch ligt de toepassing voor de hand. Vragen uit de zaal gingen onder meer over brandveiligheid en installaties. De brandwerendheid wordt onder andere bereikt door de toepassing van een magnesiumoxideplaat. Voor ventilatieroosters, klimaatinstallaties en verlichting zijn in de cassettes gereserveerde zones opgenomen, zodat installaties goed zijn in te passen. Daarmee lijkt Box‑in‑Box een interessante optie voor scholen die hun gebouw energetisch en akoestisch willen verbeteren zonder ingrijpende sloop.
Hennep als isolatie in houtskelet – Hoex
Hoex liet zien hoe hennep terugkeert in de bouw als isolatiemateriaal in houtskeletconstructies. Nederland heeft een lange traditie van hennepteelt en het gewas blijkt zeer geschikt voor biobased isolatie. Het materiaal blijft lang in goede staat, is lokaal te telen en slaat tijdens de groei veel CO2 op, wat resulteert in een gunstige -en in de praktijk vaak negatieve- CO2‑balans over de levenscyclus. Hennep is bovendien vochtregulerend en heeft een hoge isolatiewaarde, wat bijdraagt aan een energiezuinig gebouw.
Voor scholen is het product interessant omdat het binnenklimaat stabieler wordt en het comfort hoog is, juist in drukke onderwijsruimtes. De innovatie zit op TRL 6 à 7: in drie projecten is de hennepisolatie in houtskelet al toegepast. Om naar TRL 9 te gaan, werkt Hoex toe naar certificering en verdere opschaling richting aannemers. Veel deelnemers vroegen naar kosten en stikstof. Hoex gaf aan dat de prijs concurrerend kan blijven door alle delen van de plant zo hoogwaardig mogelijk in te zetten en met een gepatenteerd, snel verwerkingssysteem te werken. Omdat hennep weinig bemesting nodig heeft, draagt het bovendien bij aan lagere stikstofemissies in de keten. De productie vindt nu plaats via één installatie in Limburg; opschaling naar andere regio’s wordt verkend.
Circulair wandsysteem en inclusieve plafonds – Isover (Saint-Gobain)
Isover richtte zich op wandsystemen en houtwol plafondpanelen met een duidelijke focus op inclusieve scholen: goede akoestiek en rustige, prikkelarme oppervlakken. Voor de wanden worden twee typen isolatie gebruikt, hennep en houtwol, met daarover een gipsplaat die grotendeels uit afvalgips bestaat. Een speciaal ontwikkelde voegband verbindt de platen onderling, maar is later weer los te trekken. De platen kunnen dan worden losgeschroefd en het isolatiemateriaal kan er in losse vorm uit worden gehaald. Zo is het volledige systeem demontabel en geschikt voor hergebruik.
De houtwol plafondpanelen zijn al op de markt en bieden goede geluidsabsorptie. Door te variëren in materialen kan Isover ook plafonds realiseren die juist meer geluid reflecteren, afhankelijk van de onderwijsfunctie. De hennepisolatie in het wandsysteem komt in Nederland in het komende kwartaal beschikbaar. Het complete biobased wandsysteem bevindt zich nog in een eerdere ontwikkelfase (TRL 5–7) en vraagt eerst om een prototype. De innovatie zit niet alleen in het materiaalgebruik maar ook in het doordachte, inclusieve ontwerp dat rekening houdt met leerlingen die gevoelig zijn voor prikkels en geluid.
Resthout als basis voor isolatie – PAVATEX en XPS (Soprema)
Soprema liet met PAVATEX zien hoe resthout kan worden opgewaardeerd tot hoogwaardige thermische en akoestische isolatie voor daken, gevels, tussenwanden en vloeren. Daarmee wordt een bestaande reststroom ingezet als grondstof voor biobased isolatie, passend bij de ambitie om circulaire materialen te gebruiken in onderwijshuisvesting.
Daarnaast produceert Soprema XPS‑isolatiesystemen (geëxtrudeerd polystyreen) die worden toegepast in funderingsmuren, vloeren, daken en gevels. Tijdens de sessie kwamen eigenschappen als vochtwerendheid, schimmelbestendigheid, hoge druksterkte en lange levensduur naar voren. De platen zijn licht en eenvoudig te versnijden, wat handig is bij renovaties in een schoolomgeving. Omdat het toegepaste XPS uit gerecycled materiaal wordt gemaakt, kan het in circulaire bouwprojecten een rol spelen, zeker waar robuustheid en belastbaarheid belangrijk zijn.
Stro in het skelet – Strobox (Topos)
Topos presenteerde Strobox: een houtskelet, voorzien van plaatmateriaal waarin stro als vul- en isolatiemateriaal is geperst. De Strobox is circulair, en kan worden toegepast in vloeren, daken en binnenspouwbladen waarin het de rol vervult van zowel isolatie als constructie. Ook is het geschikt als nieuwe binnenwand. Voor de verwerking van het stro in de houten omkisting heeft Topos een eigen perstechniek ontwikkeld. De elementen worden geprefabriceerd, zodat de bouwtijd op locatie kort is – een groot voordeel voor scholen die tijdens de renovatie zo min mogelijk overlast willen.
De innovatie is inmiddels toegepast in circa 45 woningen en staat op TRL 7. De belangrijkste vervolgstap richting TRL 9 ligt bij wet‑ en regelgeving en certificering op het gebied van brandveiligheid. Voor onderwijshuisvesting is Strobox vooral kansrijk bij uitbreidingen en optoppingen, waar vraag is naar biobased, goed isolerende en snel te plaatsen prefab systemen.
Biobased binnendeur van vezelhennep – GreenInclusive
Op het programma stond ook een pitch over een biobased binnendeur van vezelhennep, ontwikkeld door Van Vuuren en GreenInclusive, maar deze partij was helaas verhinderd. De deur maakt deel uit van een regionale keten waarin lokaal geteeld vezelhennep wordt verwerkt tot bouwmateriaal; landbouw en bouw worden zo direct met elkaar verbonden en CO2 wordt langdurig opgeslagen in het product.
Hoewel de pitch ontbrak, sluit deze innovatie goed aan bij de doelstellingen van het IPOHV: een gezonder, duurzamer gebouw én een sterke, regionale circulaire keten, minder afhankelijk van geïmporteerde grondstoffen. Juist dit soort producten laten zien dat biobased bouwen niet alleen een materiaalkwestie is, maar ook een kans om de regio economisch te versterken.
Een keuzepalet voor leerlab 2
Voor de vijftien renovatieprojecten in leerlab 2 leverde de sessie een concreet keuzepalet aan productinnovaties op, die binnen de looptijd van het programma kunnen worden getest en opgeschaald. De leerlabdeelnemers kregen zicht op de ontwikkelfase (TRL‑score), de resterende onderzoeksvragen en de praktische consequenties voor ontwerp, planning, contractering en beheer. Daarmee is ook aangetoond dat het haalbaar is om minimaal één biobased of natuurinclusieve innovatie daadwerkelijk te implementeren in de renovatieprojecten.
Net zo belangrijk is het signaal richting de markt. Door in de uitvraag expliciet te vragen om biobased materiaalpercentages, demontabele constructies, terugnamegaranties of kwaliteitscontrole na oplevering, kunnen scholen en gemeenten de markt sturen richting de innovaties die hier zijn gepresenteerd.
De komende periode werkt leerlab 2 verder uit welke combinaties van standaarden, processen en productinnovaties in de praktijk het beste werken. En hoe deze lessen hun weg vinden naar de kennisbank en documenten van het Innovatieprogramma, zodat iedere volgende renovatie sneller en duurzamer kan worden aangepakt.